Terugval schoolzwemmers Sportoase

Geachte Schepen, collega raadsleden,

Uit de laatste vergadering van de interlokale Sportoase is een, voor onze fractie althans, verontrustend gegeven besproken. Namelijk een terugval van het aantal zwemmers. Daar zijn twee redenen voor. Ten eerste de enorme terugval van het aantal schoolzwemmers en ten tweede de tijdelijke sluiting in de maand september 2014 omwille van de werkzaamheden rondom de beweegbare bodem. Uit een analyse die werd opgemaakt door Sportoase blijkt dat het aantal schoolzwemmers is teruggevallen van meer dan 100.000 tot iets meer dan 60.000. Sleutelverdeling tussen beide gemeenten is Brasschaat 60% en Schoten 40%. Het is aantoonbaar dat de reden van de terugval haar oorsprong vindt in, wat Brasschaat betreft, besparingskosten in de tussenkomsten van de gemeente aan de lagere gemeentelijke scholen. Zij hebben daardoor uit noodzaak beslist dat het schoolzwemmen enkel en alleen nog kon voor de derde kleuterklas en de eerste 3 leerjaren.

Kortom, dit is een gevolg van een gemeentelijke beleidsbeslissing in combinatie met de gelimiteerde maximumfactuur.

Sportoase zegt dat in het samenwerkingsakkoord met beide gemeenten vermeld staat dat indien er zich een financieel nadeel manifesteert ten gevolge van een gemeentelijke beleidsbeslissing het verlies mag doorgerekend worden aan beide gemeenten. Voor Brasschaat is dat dus 60% en voor Schoten 40%. Tot hier toe heeft Sportoase dat nog niet gedaan maar als de raad van bestuur van Sport Oase dit opdraagt aan haar managers dan kan dit volgens hen volledig gerechtvaardigd. Het feit dat dit ter sprake is gekomen op die vergadering beschouwen wij als een voorbode van wat in de verwachtingen ligt.

Daarom vragen wij ons af of hier wel degelijk rekening is mee gehouden bij de uiteindelijke beleidsbeslissing om de tussenkomsten te beperken aan de lagere scholen wat het schoolzwemmen betreft. De beslissing kan dus als een boemerang terug in het aangezicht komen van het gemeentebestuur.

Waar blijkbaar ook niet echt rekening mee werd gehouden is dat de fysieke ontwikkeling van kinderen het meeste baat heeft aan sport tijdens de eerste 5 à 6 jaar van hun leven en dat zwemmen daarvoor een zeer geschikte sport blijkt. Een repliek van het gemeentebestuur hierop zou kunnen zijn dat kinderen tegenwoordig in tal van clubs kunnen gaan sporten. Dat is ook te merken aan het stijgende aantal inschrijvingen in de zwemclubs in Sportoase. De plaatsen zijn daar echter beperkt en vele kinderen kunnen er dan ook niet terecht. Ook is het aannemelijk dat de financiële draagkracht van meerdere gezinnen in onze gemeente te zwak is om hun kinderen in te schrijven in een sportclub. Het is dan ook de taak van een lokale overheid om mee te waken over de fysieke ontwikkeling van de schoolkinderen.

Luc Van der Schoepen
Gemeenteraadslid

Geachte Schepen, collega raadsleden,

Uit de laatste vergadering van de interlokale Sportoase is een, voor onze fractie althans, verontrustend gegeven besproken. Namelijk een terugval van het aantal zwemmers. Daar zijn twee redenen voor. Ten eerste de enorme terugval van het aantal schoolzwemmers en ten tweede de tijdelijke sluiting in de maand september 2014 omwille van de werkzaamheden rondom de beweegbare bodem. Uit een analyse die werd opgemaakt door Sportoase blijkt dat het aantal schoolzwemmers is teruggevallen van meer dan 100.000 tot iets meer dan 60.000. Sleutelverdeling tussen beide gemeenten is Brasschaat 60% en Schoten 40%. Het is aantoonbaar dat de reden van de terugval haar oorsprong vindt in, wat Brasschaat betreft, besparingskosten in de tussenkomsten van de gemeente aan de lagere gemeentelijke scholen. Zij hebben daardoor uit noodzaak beslist dat het schoolzwemmen enkel en alleen nog kon voor de derde kleuterklas en de eerste 3 leerjaren.

Kortom, dit is een gevolg van een gemeentelijke beleidsbeslissing in combinatie met de gelimiteerde maximumfactuur.

Sportoase zegt dat in het samenwerkingsakkoord met beide gemeenten vermeld staat dat indien er zich een financieel nadeel manifesteert ten gevolge van een gemeentelijke beleidsbeslissing het verlies mag doorgerekend worden aan beide gemeenten. Voor Brasschaat is dat dus 60% en voor Schoten 40%. Tot hier toe heeft Sportoase dat nog niet gedaan maar als de raad van bestuur van Sport Oase dit opdraagt aan haar managers dan kan dit volgens hen volledig gerechtvaardigd. Het feit dat dit ter sprake is gekomen op die vergadering beschouwen wij als een voorbode van wat in de verwachtingen ligt.

Daarom vragen wij ons af of hier wel degelijk rekening is mee gehouden bij de uiteindelijke beleidsbeslissing om de tussenkomsten te beperken aan de lagere scholen wat het schoolzwemmen betreft. De beslissing kan dus als een boemerang terug in het aangezicht komen van het gemeentebestuur.

Waar blijkbaar ook niet echt rekening mee werd gehouden is dat de fysieke ontwikkeling van kinderen het meeste baat heeft aan sport tijdens de eerste 5 à 6 jaar van hun leven en dat zwemmen daarvoor een zeer geschikte sport blijkt. Een repliek van het gemeentebestuur hierop zou kunnen zijn dat kinderen tegenwoordig in tal van clubs kunnen gaan sporten. Dat is ook te merken aan het stijgende aantal inschrijvingen in de zwemclubs in Sportoase. De plaatsen zijn daar echter beperkt en vele kinderen kunnen er dan ook niet terecht. Ook is het aannemelijk dat de financiële draagkracht van meerdere gezinnen in onze gemeente te zwak is om hun kinderen in te schrijven in een sportclub. Het is dan ook de taak van een lokale overheid om mee te waken over de fysieke ontwikkeling van de schoolkinderen.

Luc Van der Schoepen
Gemeenteraadslid

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...