Punt toegevoegd aan de agenda op verzoek van L. Sevenhans nopens de verkavelingsaanvraag hoek Rustoo

DE GEMEENTERAAD


 


Hoort L. Sevenhans die erop wijst dat de door de meerderheid geplande herziening van de verkavelingsvergunning reeds een jaar geleden door hem op de agenda werd geplaatst; dat hij zowel in de gemeenteraad als in de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening heeft gepoogd de wijziging niet te laten goedkeuren; dat in 1980 het college een verkavelingsvergunning aan de NV Antverpia afleverde; dat de BPA voorschriften vrij duidelijk waren; dat de bedoeling van het college om het gebouw te renoveren om sociale woningbouw te realiseren lovenswaardig was; dat het doel niet steeds de middelen heiligt; dat het bestuur dacht dat de wetten konden omzeild worden; dat eigenlijk misbruik gemaakt werd van artikel 132 ?4 van het nieuwe decreet van 18 mei 1999; dat het bestuur voorkennis had daar het onrechtstreeks eigenaar was; dat de gemeenteraad hem destijds niet wou geloven; dat er gelukkig nog andere instanties bestaan dan het college van burgemeester en schepenen en de gemeenteraad; dat naar hij heeft mogen lezen de vergunning zou geweigerd zijn; dat de plannen dus moeten opgeborgen worden; dat het gebouw echter staat te verkrotten; dat er al gedeelten zijn afgebrokkeld; dat het een gevaar voor de openbare veiligheid is geworden; dat hij samenvattend zou willen vragen:


1?     klopt het dat de vergunning niet werd verkregen?


2?     wat gaat er nu gebeuren met het gebouw, zal het onbewoonbaar verklaard worden zoals dat eigenlijk zou moeten gebeuren?


Hoort verder L. Sevenhans dat de verkaveling zou moeten uitgevoerd worden zoals er in 1980 werd beslist namelijk laagbouw omdat het gebouw zou verdwijnen; dat hij zich steeds tegen de herziening heeft verzet; dat deze aangelegenheid misschien anders zou gelopen zijn indien men met de omwonenden had gepraat; dat hij blij is dat de democratie gewerkt heeft en dat de burgers nu ook eens hun gelijk hebben gehaald; dat hij zich afvraagt wat de plannen van het college zijn met het BPA;


Hoort het antwoord van de burgemeester dat hij er geen probleem mee heeft dat de burger gelijk haalt ten opzichte van het bestuur; dat hij meer problemen heeft met de essentie van de zaak; dat een drietal jaren geleden het BPA unaniem werd goedgekeurd; dat destijds een bebouwing 2 verdiepen plat dak was voorzien waar nu losstaande bebouwing is, dat toen bleek dat Habitat het pand wou verkopen bij het bestuur het plan is ontstaan daar sociale woongelegenheden te realiseren; dat immers aan de randgemeenten geen middelen werden ter beschikking gesteld om aan sociale woningbouw te doen; dat er wel vergaderingen met de omwonenden hebben plaatsgevonden; dat er tijdens de eerste vergadering terecht opmerkingen werden gemaakt over het te grote aantal appartementen; dat dan opdracht werd gegeven het ontwerp te herwerken en het aantal appartementen te verminderen; dat tijdens de tweede vergadering de nieuwe plannen werden voorgelegd waarbij het oorspronkelijke gabarit grotendeels behouden bleef en er slechts zes appartementen overbleven; dat het geachte raadslid weet dat er grote nood is aan sociale appartementen; dat er soms schrijnende toestanden bestaan; dat de procedure via artikel 134 ?2 werd opgestart; dat stedenbouw van oordeel is dat de argumenten van de omwonenden juist zijn; dat het bestuur daar geen moeite mee heeft en geen hoger beroep zal instellen; dat het aan te raden is het betrokken pand zo snel mogelijk te verkopen;


Hoort L. Sevenhans die aanvoert dat hij inderdaad destijds het BPA mee heeft goedgekeurd omdat er geen bezwaren waren ingediend door de omwonenden naar aanleiding van het openbaar onderzoek; dat de publicaties destijds en de daarin voorziene stedenbouwkundige voorschriften slechts voor ingewijden duidelijk waren en derhalve de omwonenden niet wisten waarover het ging; dat er inderdaad 2 vergaderingen zijn geweest maar dat deze laattijdig hebben plaatsgevonden; dat de omwonenden voor een voldongen feit werden gesteld; dat het hem ook gestoord heeft dat de burgemeester een aantal politieke argumenten heeft gebruikt in de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening; dat er nood is aan sociale woningbouw maar niet op die plaats; dat hij andere projecten zeker zal steunen;


Hoort het antwoord van de burgemeester dat het de taak is van de gemeenteraadsleden om aan beleid te doen en niet aan politiek; dat dit moet gebeuren ten dienste van de gemeenschap en niet omwille van priv? belangen; dat ook al eens tegen wat de burgers wensen, moet ingegaan worden;


Hoort de tussenkomst van H. Vanderbecken die erop wijst dat deze aangelegenheid anders had kunnen lopen indien de communicatie met de omwonenden beter had geweest; dat het vooral het eerste plan is dat kwaad bloed heeft gezet bij betrokkenen; dat als ineens het tweede plan was voorgelegd er veel minder problemen zouden geweest zijn; dat dit een les voor de toekomst moet zijn; dat de communicatie met de burgers beter moet zijn;


Hoort de opmerking van L. Sevenhans dat de burgemeester gelijk heeft als hij stelt dat raadsleden aan beleid moeten doen; dat echter niet van de raadsleden mag verwacht worden dat ze een even grote dossierkennis zouden hebben als de burgemeester; dat zij daarvoor de tijd en de middelen niet hebben;


Be?indigt hiermede de behandeling van deze aangelegenheid.


 


Gedaan in zitting datum als boven.

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...