Overname “Park Officieren” door gemeente Brasschaat

Punt toegevoegd aan de agenda op verzoek van L. Sevenhans namens de Vlaams Blok-fractie nopens de eventuele overname door de gemeente Brasschaat van het militair gebied tussen de Bredabaan en kwartier West genaamd “Park Officieren”.


Provincie ANTWERPEN



Gemeente BRASSCHAAT



UITTREKSEL uit de notulen van de Gemeenteraad



Zitting van 03/06/2004


Aanwezig:


D. de Kort, burgemeester-voorzitter;


C. Decleer, W. Van der Steen, J. Le Bon, B. Brughmans, J. Konings, B. Van Deuren en K. Geysen, schepenen;


F. Van Bergen, L. Sevenhans, H. Lauwers, H. Vanderbecken, M. Van Honste, B. Verhoeven, D. Hoegaerts, W. Corten, F. Van Aperen, J. Van Sanden, G. Van Doorslaer, P. Hubrechts, A. De Wachter, L. Delvaux, A. Janssens, H. Schoepen, W. Van Gastel, F. Meeussen, S. Vereycken, M. Van de Vijver, echtg. Soetens, A. Van Mechelen, R. Van der Linden en D. Daggelinckx, leden;


W. Hofkens, secretaris.


Afwezig:C. Colman en B. Gauthier, leden.


 


 







027a.


Punt toegevoegd aan de agenda op verzoek van L. Sevenhans namens de Vlaams Blok-fractie nopens de eventuele overname door de gemeente Brasschaat van het militair gebied tussen de Bredabaan en kwartier West genaamd “Park Officieren”.


DE GEMEENTERAAD


Hoort L. Sevenhans, raadslid, die mededeelt dat sinds enkele weken bekend raakte dat het gemeentebestuur interesse heeft voor de overname van het militair gebied “Park Officieren” te Brasschaat Maria-ter-Heide; dat hij graag van het bestuur zou vernemen waarom het deze stap heeft gezet; dat hij als gemeenteraadslid en inwoner van Maria-ter-Heide en tevens volksvertegenwoordiger en in die hoedanigheid ook lid van de commissie defensie, dan ook meer dan gewone belangstelling heeft; dat hij in het verleden zijn bezorgdheid omtrent de bestemming van het gebied meermaals tot uiting heeft gebracht en destijds ingediende interpellaties omtrent de vrijwaring ervan dan ook steeds ten volle heeft ondersteund; dat zijn bezorgdheid echter niet alleen de natuurlijke en ecologische aspecten van het gebied betreft maar ook de bekommernis voor de huurders welke de in dit gebied gelegen woningen betrekken tegen huurprijzen die een compensatie vormen voor de mobiliteit waaraan zij in het kader van hun beroep onderhevig waren en derhalve een vorm van uitgestelde vergoeding betreffen; dat van de vergadering die het bestuur heeft gehad met CDSCA en die een officieel karakter had, vermits de secretaris hierbij aanwezig was, een verslag werd opgemaakt door Defensie; dat hieruit blijkt dat de burgemeester zeer open is geweest en ten aanzien van de huurders geen garanties heeft gegeven; dat de huidige bewoners echter opmerkingen hebben met betrekking tot het naleven van de door minister Flahaut gegeven garanties;


Hoort verder L.Sevenhans, die stelt dat uit het afschrift van de brief die aan de raadsleden werd bezorgd en die door het bestuur was gericht aan CDSCA en de mail die als antwoord daarop aan de gemeente werd gezonden het volgende kan worden afgeleid; het gemeentebestuur doet twee voorstellen, waarvan het eerste bestaat uit de aankoop van het gebied en waarbij hij zich de vraag stelt in hoever zulks financieel haalbaar is en het tweede betreft een samenwerkingsverband waarin over projectontwikkeling wordt gesproken; vooral deze laatste optie geeft aanleiding tot onrust; dat uit het antwoord van CDSCA immers blijkt dat zij alleen de tweede optie weerhouden, namelijk een samenwerkingsverband voor de projectontwikkeling op termijn van het gebied; dat in het verleden echter in deze raad unaniem een standpunt tegen de verkaveling van het gebied werd ingenomen;


Hoort verder L. Sevenhans die mededeelt dat in een artikel van de Gazet van Antwerpen van zaterdag jongstleden door een CD&V raadslid werd gesteld dat niet de gemeente het gebied zou kopen maar een sociale huisvestingsmaatschappij, zodat de huurgelden ongewijzigd zouden blijven; dat zulks aanleiding geeft tot verwarring onder de huurders; dat hij nu wenst te vernemen wat eigenlijk het standpunt van het bestuur is en of de burgemeester dit standpunt van dit raadslid bevestigt;


Hoort het antwoord van de burgemeester dat als gevolg van het feit dat het geachte raadslid de vorige commissievergadering voortijdig heeft moeten verlaten, hij niet op de hoogte kon zijn van de vraag van raadslid Soetens omtrent dezelfde aangelegenheid en dat hij in antwoord hierop heeft medegedeeld de brief van het bestuur gericht aan CDSCA en het antwoord hierop, zou mee laten verzenden met de agenda van de huidige zitting; dat hij naar aanleiding van deze vraag in de commissievergadering het verloop van de besprekingen heeft weergegeven; dat op deze werkvergadering ook andere niet onbelangrijke dossiers werden besproken zoals onder meer de waterproblematiek in het militair domein;


Hoort verder de burgemeester die stelt dat bij de bespreking van het dossier ?officierenpark? als uitgangspunten zowel de motie die destijds in de gemeenteraad werd genomen als de brief van minister Flahaut, werden voor ogen gehouden; dat uitdrukkelijk door hem naar de problematiek van de huurders werd verwezen; dat trouwens zowel de motie als de brief van de minister aan hen werden bezorgd; dat CDSCA echter hieromtrent nog geen duidelijk standpunt heeft ingenomen; dat in deze het bestuur alleen nog maar een onderhandelingspositie heeft ingenomen;


Hoort de burgermeester die verder toevoegt dat de reden van het aanvatten van de besprekingen onder meer te vinden is in het feit dat de inwoners van dit park vragen om een gelijke behandeling inzake het onderhoud van de wegen; dat de wegeninfrastructuur inderdaad aan het verloederen is; dat de voorkeur van het bestuur gaat naar de verwerving van de gronden; dat ter zake bijkomende informatie werd gevraagd aan het aankoopcomit?, zoals een schatting in het licht van de staat der wegen en een lijst van de huurovereenkomsten; dat nog geen antwoord werd ontvangen; dat naar het betrokken gebied toe in de toekomst ook een stedenbouwkundige visie moet worden ontwikkeld en ter zake dan best een studiebureau zou worden aangesteld; dat er vrijblijvend gesprekken met de sociale bouwmaatschappij De Voorkempen werden gevoerd, waarbij de vraag werd gesteld of zij bereid is om in dit dossier mee te denken; dat zulks ook werd toegezegd; dat hij het krantenartikel niet kan bijtreden omdat het dossier op dit vlak nog niet genoeg ontwikkeld is;


Hoort L. Sevenhans, die stelt dat hij uit het antwoord van de burgemeester mag afleiden dat alleen de eerste optie, zijnde verwerving, wordt weerhouden en derhalve mag verwacht worden dat ook een antwoord in die zin aan CDCSA zal worden gezonden ; dat hij er op wenst te wijzen dat indien de minister voet bij stuk houdt inzake de sociale garanties, dit de bewoners de mogelijkheid geeft bij niet naleven ervan, het dossier te blokkeren;


Hoort de burgemeester die stelt dat inzake verwerving er verschillende mogelijkheden zijn, zoals door middel van een opdracht aan de opdrachthoudende vereniging IGEAN, door samenwerking met de sociale bouwmaatschappij en door gemeentelijke middelen die het resultaat zouden kunnen zijn van de verkoop van ander patrimonium; dat het bestuur kennis heeft van het schattingsverslag van CDCSA en dat de geschatte waarde van het gebied 5.359.000,00 EUR bedraagt; dat hij meent dat het bestuur tot hiertoe de belangen van de gemeente in deze goed heeft behartigd;


Hoort het antwoord van L. Sevenhans dat dus de eerste optie wordt weerhouden; dat hij wenst te beklemtonen dat niet hij voorbarig naar de pers is gegaan; dat het antwoord van de burgemeester tot meer vragen dan antwoorden aanleiding geeft; dat in ieder geval zowel het bestuur als CDCSA de contracten zullen moeten naleven en de garanties van minister Flahaut ten aanzien van de huurders en dat hij hoopt dat de burgemeester de raad verder zal blijven informeren over de ontwikkelingen in dit dossier;


Hoort de opmerking van H. Lauwers, raadslid, dat hij aanvullend wil stellen dat er aan het dossier 2 elementen zijn, enerzijds het ruimtelijk en ecologisch aspect en anderzijds de sociale engagementen en dat deze laatste door CDCSA dienen te worden nageleefd en be?indigt hiermede de behandeling van deze aangelegenheid.


Gedaan in zitting datum als boven.


Bij verordening:


De Secretaris, De Voorzitter,


(w.g.) W. Hofkens. (w.g.) D. de Kort.


VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL:


Bij verordening:


De Secretaris, De Burgemeester,


 


 


 


W. Hofkens. D. de Kort.

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...