Gebruik van militaire installaties door schuttersgilden

Punt t

Provincie ANTWERPEN


Gemeente BRASSCHAAT


UITTREKSEL uit de notulen van de Gemeenteraad


Zitting van 27/10/2005


Aanwezig:
D. de Kort, burgemeester-voorzitter;
C. Decleer, W. Van der Steen, J. Le Bon, B. Brughmans, J. Konings, B. Van Deuren en K. Geysen, schepenen;
F. Van Bergen, L. Sevenhans, H. Lauwers, H. Vanderbecken, M. Van Honste, B. Verhoeven, D. Hoegaerts, W. Corten, F. Van Aperen, C. Colman, G. Van Doorslaer, P. Hubrechts, A. De Wachter, L. Delvaux, A. Janssens, S. Vereycken, M. Van de Vijver, echtg. Soetens, A. Van Mechelen, R. van der Linden, D. Daggelinckx, I. Schoenmaekers, W. Janssens en W. Maes, leden;
W. Hofkens, secretaris.


Afwezig:
W. Van Gastel en F. Meeussen, leden.



023b. Punt toegevoegd aan de agenda op verzoek van L. Sevenhans namens de Vlaams Belang-fractie nopens de argumentatie van het college betreffende het weigeren van een gunstig advies tot gebruik van de militaire installaties aan de Brechtsebaan door schuttersgilden.


DE GEMEENTERAAD


Hoort L. Sevenhans dat zijn interpellatie aanleunt bij die van mevrouw van Honste omdat ze hetzelfde thema heeft namelijk de geluidsoverlast; dat op vrijdag 14.10 zijn aandacht werd gevestigd op een petitie over de schietstand op het groot schietveld van Brasschaat; dat deze petitie, die op aansporen van de Brasschaatse burgemeester werd gehouden, tot doel had er voor te zorgen dat de schietclubs die al tientallen jaren gebruik maakten van de militaire schietstand geen verlenging zouden krijgen van hun vergunningen; dat de aanvraag tot verlenging die op 19.07.05 conform de nieuwe richtlijnen moest worden ingediend op 25.07 werd overgemaakt aan de gemeente Brasschaat; dat deze op haar beurt advies vroeg aan de militaire overheid en aan de sportraad; dat tevens door de gemeente een openbaar onderzoek gehouden werd van 04.08 tot 02.09; dat er in het verleden nooit klachten waren geweest en dat iedereen er dus gerust in was; dat omwille van enkele publicaties er toch 8 bezwaarschriften omwille van geluidsoverlast bij het college werden ingediend; 7 persoonlijke en 1 gezamenlijke; dat op 12.9 de gemeentelijke sportraad een gunstig advies afleverde; dat de militaire overheid een gans onderzoek moest doen en daarom pas op 13.10 met brief van kolonel De Wilde ook een positief advies kon afleveren; dat het schepencollege hier echter niet wenste op te wachten en dat op advies van het diensthoofd preventie en milieu reeds op 13.09 door het college een negatief advies werd gegeven tegen het positieve van de eigen gemeentelijke sportraad in; dat de gemeente enkel positief advies wou geven voor schietoefeningen op werkdagen tijdens de daguren; dat daardoor het college alleen kwam te staan want dat de afdeling natuur en de AROHM wel een gunstig advies hadden gegeven; dat wellicht daarom de burgemeester adviseerde aan enkele bewoners van  de Kleine Heide om nog een extra petitieactie op te starten en dat deze op zijn verzoek ook mochten aanwezig zijn op de provinciale milieuvergunningcommissie van 18.10;
Hoort verder L. Sevenhans dat hij op maandag 17.10 de burgemeester verwittigde dat hij de zaak tijdens de gemeenteraad van 18.10 ter sprake wou brengen; dat hij concreet aan de burgemeester volgende vragen wilde stellen:
a) heeft de burgemeester contact gehad met de militaire overheid voor hij de bewoners adviseerde om een petitieactie op te starten;
b) op welke basis heeft de burgemeester het college gevraagd om een negatief advies te geven;
c) hoeveel klachten zijn er het laatste jaar geweest bij de politie
d) zijn er geluidsmetingen gebeurd;
e) klopt het dat onze gemeentepolitie gratis mag gebruik maken van deze schietstanden?
Hoort verder L. Sevenhans dat hij als reactie van de burgemeester vernam dat deze liever schriftelijk antwoord wou geven en dat men op dinsdagmorgen 18.10 de zaak terug zou bespreken op het schepencollege; dat men daar blijkbaar de bui zag hangen en men het oorspronkelijk advies afzwakte tot een verbod op zon- en feestdagen; dat hij enkel op vraag b een antwoord kreeg namelijk dat het was op advies van de milieuambtenaar; dat hij op 19.10 het dossier is gaan bekijken om te weten op welke basis men negatief advies had gegeven; dat hij kon vaststellen dat alle klachten dateerden van tijdens het openbaar onderzoek en dat de meeste klagers woonden tussen 600 en 1000 meter van de bewuste schietstand; dat er misschien een verklaring voor is maar dat de meeste klachten komen van mensen die er het verst vanaf wonen; dat men wellicht de schietstand met het militair schietveld verwart; dat hij dezelfde dag ook schietoefeningen is gaan bijwonen op de bewuste schietstand; dat het zijn conclusie is dat, indien er kan worden aangetoond door testen ? wat niet is gebeurd ? dat er inderdaad een ernstige overlast is, men een duidelijk standpunt kan innemen en niet zoals nu wanneer de burgemeester begint te marchanderen over de vergunning; dat het bovendien vreemd is dat indien het college vindt dat er inderdaad een ernstige overlast is men dan wel het eigen politiekorps daar gratis gaat laten oefenen; dat volgens zijn bescheiden mening het college dus zeker geen onderbouwde argumenten heeft voor het negatief advies; dat anders de 4 andere adviezen wellicht ook negatief waren geweest; dat ofwel de klagers gelijk hebben ofwel hebben ze dat niet; dat het echter duidelijk is dat hier electorale overwegingen aan de basis liggen van het negatief advies; dat hij er uiteraard begrip voor kan opbrengen dat men zo rustig mogelijk wil wonen maar dat enig begrip voor elkaars hobby toch tot minder verzuring en meer verdraagzaamheid zou leiden; dat hij zich afvraagt of het college bereid is om op zijn beurt een positief advies te geven zoals de militaire overheid, de gemeentelijke sportraad, Aminal afdeling natuur en AROHM;
Hoort het antwoord van de burgemeester dat niet alles terug te vinden is de administratieve dossiers; dat het niet zo is dat als een klacht niet geformaliseerd is dat er dan geen gevoelen van onbehagen bij de buurtbewoners kan bestaan; dat hij heeft moeten vaststellen dat er vanuit het Vlaams Belang veel welwillendheid ten opzichte van de militairen bestaat; dat het bestuur goed wil samenleven met de militairen zowel als  met de buurbewoners; dat er in verband met het in het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan  voorziene bedrijventerrein ook al om een expliciete motivering werd gevraagd en dit omdat er weinig klachten zijn in verband met zonevreemde bedrijven; dat dit te maken heeft met het feit dat bij klachten vaak bemiddelend wordt opgetreden door het bestuur; dat er ook in dit geval buurtbewoners bij hem zijn geweest die hun bezorgdheid hebben geuit met betrekking tot de schietoefeningen, de windmolens en de KMO-zone; dat het bestuur, bij de gunning van werken, aan kandidaten die niet in aanmerking komen, de beroepsmogelijkheid moet mededelen; dat het ook in dit soort dossiers de plicht is van het bestuur om de wijzen op de beroepsmogelijkheid; dat het bestuur het geachte raadslid op 18.10 al een uitgebreid schriftelijk antwoord heeft bezorgd als volgt: ” op 19.07.2005 werd door de vzw ’s FKPA, SAPO, Scaldis, Sint – Jorisgilde en Shoot p/a Kardinaal Cardijnplein 15 te Brasschaat, een aanvraag ingediend bij de bestendige Deputatie tot het verkrijgen van een milieuvergunning voor een 1ste klasse hinderlijke inrichting, voor het exploiteren van een halfopen 100 meter-schietstand, categorie A met 8 banen op het pand Brechtsebaan z/n te Brasschaat (militair domein). De provinciale dienst milieuvergunningen verzocht op 25.07.2005 het college van burgemeester en schepen advies uit te brengen nopens deze milieuvergunningsaanvraag. Tijdens het openbaar onderzoek (van 04.08.2005 tot 02.09.2005) werden verschillende bezwaarschriften (10) ingediend omwille van de geluidsoverlast en de verstoorde nachtrust. Door het diensthoofd preventie en milieu werd deze aanvraag gunstig geadviseerd mits rekening wordt gehouden met een aantal opmerkingen en voorstellen, o.a. dat geen schietoefeningen worden gehouden op zon- en feestdagen en op weekdagen tussen 16u30 en 09u00 ’s ochtends. Er werd tevens op 31.08.2005, aangetekend advies gevraagd aan het 4de Regionaal Centrum voor Infrastructuur te Leopoldsburg en hierbij werd tevens verzocht mede te delen welke maatregelen worden getroffen op zowel verkeers- en milieutechnisch gebied als op het vlak van geluidshinder. Op 13.09.2005 heeft het college van burgemeester en schepenen ongunstig advies uitgebracht omwille van de geluidsoverlast en de verstoring van de zondagsrust, gesteund op de ingediende bezwaarschriften. In zitting van 18.10.2005 werd aan de afgevaardigde van het college van burgemeester en schepenen opdracht gegeven om tijdens de behandeling van de aanvraag door de provinciale milieuvergunningcommissie op dezelfde dag, mede te delen dat het college zich met de milieuvergunningsaanvraag kan verzoenen, mits op zon- feestdagen geen activiteiten zouden plaatsvinden die geluidsoverlast met zich brengen en dit conform het algemeen politiereglement van de gemeente.”
Hoort verder het antwoord van de burgemeester dat dan via e-mail bij de militaire overheid is aangedrongen op een antwoord; dat het antwoord er ook gekomen is met name op 13.10.2005 als volgt: “Uw schrijven van 31 augustus jongstleden m.b.t. de milieuvergunning voor de schietstanden heeft mijn aandacht genoten. De desbetreffende schietstanden behoren tot de paraatstellingsinstrumenten binnen Defensie. Mag ik er U tevens op wijzen dat zij gebruikt worden voor Trg van uw lokale omringende politiekorpsen. In de marge worden zij gebruikt door de vijf vermelde sportschuttersverenigingen; de standen worden gebruikt op zaterdag en zondag van 08.00 tot 12.00 uur en van 12.30 uur tot 16.00 uur. Op dinsdag en donderdag van 18.00 uur tot 22.00 uur. De vraag betreffende de verkeersmilieutechnische problemen lijkt ons irrelevant gezien de geografische inplanting op het militair domein. Een degelijke verharde en bebakende toegangsweg is trouwens voorzien vanaf de Brechtse Baan. De constructie van de standen en de afstand tot bewoning dragen ertoe bij dat de geluidshinder binnen de wettelijke vigerende normen blijft?”;
Hoort verder het antwoord van de burgemeester dat het na dit antwoord de bedoeling was een aantal voorwaarden aan het advies te verbinden; dat op basis van de ingewonnen informatie werd gedacht dat het niet mogelijk was een voorwaardelijk advies te geven; dat er daarom een negatief advies werd geformuleerd; dat hij op zondagavond 16.10 een klacht heeft ontvangen en aan de korpschef heeft gevraagd het dossier te objectiveren; dat op 17.10 de politie gerapporteerd heeft over de klacht; dat er in het verleden geen processen-verbaal werden opgemaakt; dat de klachten veeleer betrekking hadden op schietoefeningen van de militairen op het terrein; dat de aangelegenheid terug besproken is in de zitting van 18.10 van het college en dat aan schepen Van der Steen de opdracht werd gegeven de vergadering van de provinciale dienst milieuvergunningen bij te wonen en ter zitting het advies van het bestuur te nuanceren in die zin dat er niet op zon- en feestdagen zou geschoten worden conform het algemeen politiereglement van de gemeente;
Hoort L. Sevenhans die stelt dat hij niet begrijpt wat de burgemeester wil insinueren; dat het antwoord van de militaire overheid positief was en inderdaad laattijdig werd bezorgd; dat de burgemeester aanvoert dat hij enkel de belangen van het Belgisch leger zou behartigen; dat hij als volksvertegenwoordiger lid is van de commissie landsverdediging; dat je niet voor iedereen goed kan doen; dat hij ook de mening is toegedaan dat de personen die thans bezwaar hebben ingediend dezelfde zijn dan diegenen die klacht hadden ingediend tegen de schietoefeningen met kanonnen en tanks; dat er door de plaatscommandant terecht op gewezen wordt dat ook de lokale politie op de schietstands gaat oefenen; dat hij zich bijgevolg ook afvraagt wat er dan met de politie gaat gebeuren; dat het misschien zou aangewezen zijn bij de militairen te informeren naar manieren om de geluidsoverlast te beperken;
Hoort het antwoord van de burgemeester dat ook het bestuur goede relaties heeft met de militairen en deze wenst te behouden dat echter het antwoord van de plaatscommandant een beetje ontoereikend was in die zin dat er geen antwoord is gekomen op de vraag naar geluidsoverlastbeperkende maatregelen; dat hij ook heden een onderhoud heeft gehad met vertegenwoordigers van de schietclubs en dat deze begrip kunnen opbrengen voor de situatie;
Hoort het voorstel van M. Soetens of de gemeente niet kan onderhandelen met de verschillende schietclubs zodat de beschikbare tijd onder hen kan verdeeld worden en er niet op zondag moet geschoten worden;
Hoort het antwoord van de burgemeester dat hij inderdaad meent dat er een oplossing mogelijk is waarop alle clubs kunnen schieten;
Hoort de vraag van L. Sevenhans waarom er geen geluidstests kunnen uitgevoerd worden;
Hoort het antwoord van de burgemeester dat dit te wijten is aan het feit dat het bestuur niet sneller een afdoend antwoord heeft gekregen van de militairen; dat het bestuur bij de provinciale milieuvergunningcommissie het standpunt is ingenomen om op zon- en feestdagen niet te schieten;
Hoort de opmerking van L. Sevenhans dat alle door hem opgesomde diensten een positief advies hebben gegeven; dat hij zich afvraagt waarom de gemeente niet; dat de burgemeester hem politiek opportunisme en electorale doeleinden verwijt; dat echter niets minder waar is; dat er vroeger nooit klachten waren dat die er nu pas zijn gekomen naar aanleiding van het openbaar onderzoek; dat hij zich altijd heeft verzet tegen het testen van munitie; dat dit probleem echter van een andere orde is;
Hoort de tussenkomst van W. Vandersteen, schepen, die erop wijst dat er bij de militaire schietoefeningen echt lawaaioverlast is geweest; dat dit werd opgelost door het vorig bestuur door het verstrekken van uitgebreide info; dat het bestuur thans meteen neen heeft gezegd omdat het inderdaad meende dat een milieuvergunning met voorwaarden niet kon; dat er toch moeilijk langs de ene kant kan verboden worden om op zondag het gras af te doen en langs de andere kan wel aan schietclubs toelaten om ?s zondags schietoefeningen te houden; dat het hier het repetitieve karakter is wat aanleiding geeft tot overlast en niet de het niveau van het geluid; dat de twee enige partijen die hun belangen hebben kunnen verdedigen bij de provinciale milieuvergunningcommissie de gemeente en de schietclubs zijn;  dat de dame van de buurtvereniging niet werd toegelaten;
Hoort L. Sevenhans die aanvoert dat hij blij is dat de schepen de geluidsoverlast relativeert; dat hij ter plaatse is geweest en niets heeft kunnen vaststellen dat zoals reeds gezegd geluidsoverlast een subjectief gegeven is; dat het hinderlijk wordt vanaf het ogenblik dat men er aandacht aan begint te besteden;
Hoort de opmerking van de burgemeester dat hij de onderhandelingscultuur aanmoedigt maar dat hij heeft moeten vaststellen dat het Vlaams Belang in het begin bereid was constructief samen te werken en dat nu om electorale motieven waarschijnlijk niet meer wenst te doen;
Be?indigt hiermede de behandeling van deze aangelegenheid.


Gedaan in zitting datum als boven.


Bij verordening:
De Secretaris,      De Voorzitter,
(w.g.) W. Hofkens.     (w.g.) D. de Kort.


VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL:


Bij verordening:
De Secretaris,      De Burgemeester,


 



W. Hofkens.      D. de Kort.

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...